Samen spelen zonder delen…?!

Boos kijkend jongetje.

 

 

‘Nee!! Mijn auto!! Blijf af!!!’ Je vriendin is nog niet eens binnen of jullie kinderen vliegen elkaar al in de haren. ‘Kan het nooit eens gewoon rustig zijn?’ Je verzucht je irritatie zo goed als je kan en herhaalt voor de zoveelste keer: ‘Samen spelen, samen delen!’ Maar het dringt niet door. Je wilde gewoon wat gezelligheid en nu heb je weer dit gezeur…

 

 

Hoe zit dat?

Hoe kan dat toch dat sommige dingen gewoon niet doordringen bij onze kinderen? Delen is zoiets wat voor het ene kind heel moeilijk is en het andere kind geeft alles zo maar weg. In beide gevallen kan je daar als ouder een vervelende bijsmaak van krijgen of je heel machteloos voelen. Hoe zit dat toch en wat kan je er aan doen? Waarom doet mijn kind toch zoals hij doet?

 

Grip

Je zou kunnen zeggen dat je kind, zodra het in contact komt met anderen, bezig is af te tasten of het invloed of grip heeft. Wie ben ik in deze omgeving, wat heb ik hier te vertellen, hoe belangrijk zijn mijn grenzen, wensen en gevoelens?

 

Voorbeeld

Een tijdje terug mocht ik oppassen op een vijftal kinderen die elkaar grotendeels niet kenden. Het was heel opvallend om te zien hoe eigenlijk alle kinderen (onbewust) bezig waren met bovenstaande vragen. Het geeft een bepaalde spanning, onzekerheid en ik zag dat ze daar allemaal anders mee om gingen. Een meisje zocht steun bij mij, een jongetje ging zijn eigen gang en een ander ging het mooiste autootje claimen om te kijken wat er zou gebeuren.

 

Mijn mooie speelgoed

Jongetje speelt rustig en alleen met een autootjeWanneer kinderen ervaren dat ze dit zoekproces echt op hun eigen manier mogen uitwerken, dan kunnen ze ontspannen. Ze voelen dat ze mogen houden van hun speelgoed. Van die hele snelle auto, die prachtige pop. Zonder dat ze het meteen weer moeten afstaan. Je ervaart als kind eigenaarschap. ‘Van mij!’ Dan heb je iets te vertellen. Je voelt je belangrijk. Jouw wensen worden gerespecteerd (want je mag met dat mooie speelgoed spelen) en je mag het op jouw manier en tijd doen.

 

En het delen dan?

Maar hoe zit het dan met delen zal je je misschien afvragen? Ik heb tot nu toe gemerkt dat veel kinderen, wanneer ze zich echt gerespecteerd voelen in hun wens, bijvoorbeeld om met dat ene speciale speelgoed te spelen, vervolgens ook een ander iets gunnen. Bijvoorbeeld wanneer ze er zelf klaar mee zijn. Al helemaal wanneer ze hierin zelf onderling afspraken kunnen maken waar ze zich goed bij voelen. Wanneer dit door een volwassene bepaald wordt, voelen ze geen grip. Dan voelen ze zich niet gezien en serieus genomen en gaan op een andere manier proberen die grip weer ‘terug te pakken’. Door te bepalen, af te pakken, duwen, trekken, tegenwerken, niet luisteren, achterbaks doen, liegen, noem maar op. Alles om het ‘eigenaarschap’ over zichzelf maar weer terug te hebben.

 

Wat kan ik doen?

Vaak is de begeleiding die kinderen in dergelijke ‘spannende’ of ‘nieuwe’ situaties van ons nodig hebben geruststelling, ondersteuning, erkenning en soms wat suggesties hoe ze het zouden kunnen oplossen.

 

Hoe doe ik dat?

Bijvoorbeeld zo:

Kind A:

‘Van mij!’ (Normaal gedrag bij bepaalde leeftijd/omstandigheden).

Volwassene:

‘Ja hè, jij bent er nu mee aan het spelen’. (Bevestiging, geruststelling, het kind ervaart dat je ‘naast/bij’ hem staat).

Kind B:

‘Ikke hebben!’ (Kind voelt zich misschien jaloers, verleid met dat mooie speeltje. Ben ik net zo belangrijk als kind A kan er onbewust ook onder zitten).

Volwassene:

‘Wil jij het ook zo graag hebben? Ja het is ook wel een hele mooie hè. Ho! Even wachten, niet afpakken. Zullen w even aan kind A vragen of/wanneer jij er mee mag?’ (Je helpt kind B zijn wens te uiten, een vraag te stellen, de impulsen te beheersen en tegelijkertijd straal je vertrouwen uit dat ook zijn wens gehoord en begrepen wordt en dat je er voor hem bent om zo nodig te helpen die wens in te willigen. Tegelijkertijd help je kind A te begrijpen hoe kind B zich voelt en wat hij graag wilt, daarmee help je kind A om zich in te leven in kind B waardoor hij wellicht ook meer voor kind B over zal hebben. Wanneer dit niet het geval is kan je daarin erkenning geven hoe jammer dat voor kind B is. Wellicht komt kind A later alsnog met een voorstel).

Vervolgens kan je de kinderen helpen het steeds meer zelf op te lossen.

 

Oplossingsvaardigheden en zelfvertrouwen

Hoe vaker je op deze manier kinderen grip geeft in hebben of delen, wanneer of hoe, dan bouwen ze hier steeds meer oplossingsvaardigheden mee op. Dan hoeven er veel minder ruzies te ontstaan en hoef je als volwassene niet steeds in te grijpen. Bijkomend voordeel is dat kinderen heel creatief kunnen zijn in oplossingen verzinnen en het ook zelfs heel leuk kan worden. Ze gaan in mogelijkheden, in oplossingen denken in plaats van in angst, bezit of problemen. Ze bouwen vertrouwen op dat ze er hoe dan ook uit komen, dat ze hoe dan ook voor hun eigen wensen kunnen zorgen. Een kind voelt zich dan gezien, gerespecteerd, uitgedaagd, begrepen. Ideale grond dus om zelfvertrouwen, zelfrespect en een positief zelfbeeld te ontwikkelen. De volwassenen leven immers voor dat je het waard bent om je gevoelens serieus te nemen, voor jezelf op te komen en je grenzen aan te geven. Wat wil je nog meer?

 

Missie

Praktijk de Zonneboom is er voor ouders en kinderen die graag met ontspanning en plezier door het leven gaan en uitdagingen of moeilijkheden willen benutten om er van te groeien. Zo krijg je weer plezier in het zetten van je volgende stap op weg naar meer zelfvertrouwen en levensgeluk!

 

Extra’s

Voor meer inspiratie en tips, zie, like, deel of kom naar:

 

Contact

Lody van de Lindeloof-Steenvoorden, Praktijk de Zonneboom, Oosterbeek en Wageningen. Lody@praktijkdezonneboom.nl 06 2345 7532